Docker is een manier om een server of computer op de telen in kleine stukjes, containers genaamd. Het Idee van docker is om een programma te maken dat overal op draait, ongeacht de onderligende omgeving (doordat alles in een container verwerkt zit). Docker is ook zeer schaalbaar, omdat je bv bepaalde software over meerdere servers of nodes kan laten draaiten.

Als docker is geïnstalleerd dan kan je beginnen met het aanmaken van containers. Ik gebruik docker zelf vooral om een soort van “virtuele machine” te kunnen draaien op zwakke hosts zoals mijn raspberrypi’s. als je in een terminal het commando docker info uitvoert dan zie je hoeveel containers en images je hebt.

Images zijn de basissystemen. Je hebt er van besturingssystemen (zoals Debian of Ubuntu), maar ook van software (denk aan apache, mysql, php). Hierdoor kan je een applicatie maken die gebruik maakt van meerdere containers (voor elke service een andere container). Hierdoor is docker zeer veilig. Images kan je downloaden met docker pull <imagename>, om bv ubuntu te downloaden gebruik je docker pull ubuntu.

Om een docker container te maken gebruik je docker run <image> <parameters>. Ik maak mijn containers meestal met ubuntu, en ik geef er de mogelijkheid aan toe om een console te openen (-it), en ik open enkele poorten. Dit doe ik met -p <hostpoort>:<containerpoort>. Deze kan je herhalen om meerdere poorten open te zetten.

Docker heeft ook volumes. Met volumes kan je bv met meerdere containers aan dezelfde data. Hiermee kan je ook aan de data van buitenaf de container. Dit doe je met -v <hostpad>:<containerpad>.

Met deze informatie kan je hoogstwaarschijnlijk al aan de slag met docker. Docker is zeer interessant en het is dus zeer handig om er meer over te weten.